Onlangs was ik in Tilburg, waar kunstenaars een interessant experiment hebben gedaan: op een aantal plekken in de stad staat een metrokaart en hoor je door een rooster metrogeluiden. Je kunt je de vertwijfelde blik van toeristen voorstellen: want waar is die metro? Nergens dus...
Dezelfde soort vertwijfeling zie ik vaak bij bewoners en bezoekers van Maastricht: overal rijden bussen, overal zijn bushaltes, maar waar gaan ze heen? En vooral: hoe kom ik makkelijk waar ik zijn moet? De hoeveelheid openbaar vervoer is niet het probleem, maar de toegankelijkheid ervan. En dat is volgens mij redelijk eenvoudig op te lossen met de metro als inspiratiebron.
NS, Veolia, DB, NMBS, Tec, Euregiobahn, De Lijn. Zeven OV-aanbieders in Zuid-Limburg, een gebied van nog geen 25 bij 25 kilometer. Als je al deze OV-aanbieders in Zuid-Limburg ‘over elkaar heen’ legt, durf ik te wedden dat je tot een fantastische dekking komt. Er is alleen geen touw aan vast te knopen qua dienstregelingen, betalingssystemen, tarieven, enz.
Want wat is het geheim van de metro: herkenbaarheid, regelmaat en goede aansluitingen. Of je nu in Parijs, Berlijn, Londen, New York, Shanghai of Amsterdam bent, het systeem werkt overal vrijwel hetzelfde. Een goed leesbare kaart, waarop je precies ziet waar je op welke lijn moet overstappen om bij je bestemming te komen, en dan zeker weten dat je minimaal elke 10 minuten in kunt stappen.
Dus zou de provincie voor twee dingen moeten zorgen: eerst alle OV-aanbieders ertoe bewegen dat ze in Zuid-Limburg één systeem van voorlichting en ticketing hanteren en vervolgens kijken waar nog gaten zitten die we moeten opvullen. Zo moet er tussen de 3 steden iedere 10 minuten een trein/lightrail rijden. Een cirkellijn in Zuid-Limburg dus. Met Sittard als uitvalsbasis naar de Randstad, Maastricht als opstap naar Luik, Brussel, Parijs en London, en Heerlen als uitvalsbasis naar Aken, Keulen, Frankfurt, Berlijn.
De cirkellijn stopt op alle tussengelegen stations, van waaruit elk half uur bussen vertrekken die de kernen zonder treinverbinding ontsluiten. In de steden geldt voor elke buurt een 10-minutenverbinding met een halte op de cirkellijn. 1 bushalte op max. 500 meter van iedere woning is een prima voorziening, nu is het vaak meer – maar met lagere frequenties. Dus dat ruilen we tegen elkaar uit.
Iedere aanbieder mag zijn eigen ticketing hanteren, maar naast al deze ingewikkelde – met name voor buitenlanders onbegrijpelijke OV-chip- en strippensystemen geldt in heel Zuid-Limburg het Uro-kaartje: 1 Euro voor 1 uur onbeperkt reizen in de regio.
Vorige week beloofden PvdA-bestuurders uit Heerlen, Sittard en Maastricht om binnen 100 dagen na de verkiezingen met zo’n verbindingsplan te komen. In de strijd tegen milieuvervuilingen, opstoppingen, maar vooral óók om het aanbod van de steden en het Heuvelland voor een groot publiek met elkaar te verbinden. Chapeau. De provincie zegde de ondersteuning toe. Perfect. Ik ben er heilig van overtuigd dat als je de boel weet te verbinden, die samenwerking vanzelf volgt.
En met de bus als metro lossen we ook een groot deel van de bereikbaarheidsproblemen van de Maastrichtse binnenstad op: parkeren aan de rand van de stad en dan, eenvoudig en zonder vertwijfeling, goedkoop en makkelijk met de bus naar het centrum.