Onlangs was ik in Tilburg, waar kunstenaars een interessant experiment hebben gedaan: op een aantal plekken in de stad staat een metrokaart en hoor je door een rooster metrogeluiden. Je kunt je de vertwijfelde blik van toeristen voorstellen: want waar is die metro? Nergens dus...
Dezelfde soort vertwijfeling zie ik vaak bij bewoners en bezoekers van Maastricht: overal rijden bussen, overal zijn bushaltes, maar waar gaan ze heen? En vooral: hoe kom ik makkelijk waar ik zijn moet? De hoeveelheid openbaar vervoer is niet het probleem, maar de toegankelijkheid ervan. En dat is volgens mij redelijk eenvoudig op te lossen met de metro als inspiratiebron.
NS, Veolia, DB, NMBS, Tec, Euregiobahn, De Lijn. Zeven OV-aanbieders in Zuid-Limburg, een gebied van nog geen 25 bij 25 kilometer. Als je al deze OV-aanbieders in Zuid-Limburg ‘over elkaar heen’ legt, durf ik te wedden dat je tot een fantastische dekking komt. Er is alleen geen touw aan vast te knopen qua dienstregelingen, betalingssystemen, tarieven, enz.
Want wat is het geheim van de metro: herkenbaarheid, regelmaat en goede aansluitingen. Of je nu in Parijs, Berlijn, Londen, New York, Shanghai of Amsterdam bent, het systeem werkt overal vrijwel hetzelfde. Een goed leesbare kaart, waarop je precies ziet waar je op welke lijn moet overstappen om bij je bestemming te komen, en dan zeker weten dat je minimaal elke 10 minuten in kunt stappen.
Dus zou de provincie voor twee dingen moeten zorgen: eerst alle OV-aanbieders ertoe bewegen dat ze in Zuid-Limburg één systeem van voorlichting en ticketing hanteren en vervolgens kijken waar nog gaten zitten die we moeten opvullen. Zo moet er tussen de 3 steden iedere 10 minuten een trein/lightrail rijden. Een cirkellijn in Zuid-Limburg dus. Met Sittard als uitvalsbasis naar de Randstad, Maastricht als opstap naar Luik, Brussel, Parijs en London, en Heerlen als uitvalsbasis naar Aken, Keulen, Frankfurt, Berlijn.
De cirkellijn stopt op alle tussengelegen stations, van waaruit elk half uur bussen vertrekken die de kernen zonder treinverbinding ontsluiten. In de steden geldt voor elke buurt een 10-minutenverbinding met een halte op de cirkellijn. 1 bushalte op max. 500 meter van iedere woning is een prima voorziening, nu is het vaak meer – maar met lagere frequenties. Dus dat ruilen we tegen elkaar uit.
Iedere aanbieder mag zijn eigen ticketing hanteren, maar naast al deze ingewikkelde – met name voor buitenlanders onbegrijpelijke OV-chip- en strippensystemen geldt in heel Zuid-Limburg het Uro-kaartje: 1 Euro voor 1 uur onbeperkt reizen in de regio.
Vorige week beloofden PvdA-bestuurders uit Heerlen, Sittard en Maastricht om binnen 100 dagen na de verkiezingen met zo’n verbindingsplan te komen. In de strijd tegen milieuvervuilingen, opstoppingen, maar vooral óók om het aanbod van de steden en het Heuvelland voor een groot publiek met elkaar te verbinden. Chapeau. De provincie zegde de ondersteuning toe. Perfect. Ik ben er heilig van overtuigd dat als je de boel weet te verbinden, die samenwerking vanzelf volgt.
En met de bus als metro lossen we ook een groot deel van de bereikbaarheidsproblemen van de Maastrichtse binnenstad op: parkeren aan de rand van de stad en dan, eenvoudig en zonder vertwijfeling, goedkoop en makkelijk met de bus naar het centrum.
Ervaringen, ideeën en meningen van een PvdA raadslid én Hollender in Mestreech.
zondag 31 januari 2010
zaterdag 16 januari 2010
Afscheid van een burgemeester
Het was een moeilijke en emotionele week. Want het is geen sinecure om een besluit te moeten nemen over de positie van een hele goede en dus populaire burgemeester. In de Maastrichtse PvdA fractie hebben wij in de aanloop naar het raadsdebat geconstateerd dat burgemeester Leers door de kwestie van het Bulgaarse vakantiehuis zijn gezag als bestuurder kwijt is geraakt.
Voor ons was niet het BING-rapport zelf de aanleiding om het vertrouwen in de burgemeester op te zeggen. Hoewel Gerd Leers in deze kwestie vaak onhandig en onverstandig geopereerd heeft, is ook duidelijk geworden dat hij er – op zijn manier - alles aan heeft gedaan om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden.
Wij vinden dat een stad bestuurd moet kunnen worden door mensen, die ook fouten mogen maken. In dit geval is er sprake van een burgemeester die toegeeft fouten gemaakt te hebben. Maar ook van een burgemeester die de lat op het gebied van bestuurlijke integriteit altijd bijzonder hoog heeft gelegd. Doordat juist deze burgemeester nu zelf fundamenteel en langdurig in opspraak is geraakt en dat zeer waarschijnlijk ook zou blijven, kwam daarmee zijn gezag ter discussie. Dat is een feitelijke constatering en geen politieke opvatting.
Tijdens het raadsdebat heeft de burgemeester op cruciale punten afstand genomen van het BING-rapport. De PvdA heeft daarom – net als de VVD, GroenLinks en de SP – geconcludeerd dat er een onwerkbare situatie zou ontstaan. Met name als de burgemeester in de toekomst anderen op hun integriteit zou moeten aanspreken. Deze zouden dan ook met een onafhankelijk onderzoek hun gedrag kunnen relativeren door te verwijzen naar de opstelling van de gemeenteraad in de kwestie van de burgemeester.
Een burgemeester die geen gezag meer heeft, en dat gezag ook niet meer kan terugverdienen, raakt een stad in zijn bestuurbaarheid. Het doet verschrikkelijk veel pijn om een burgemeester die zo veel voor de stad betekend heeft, te moeten laten gaan. Maar in het belang van Maastricht was er geen andere keuze.
De gemeenteraad van Maastricht heeft volgens de PvdA laten zien op welke wijze wij met bestuurlijke integriteit willen omgaan. Als een bestuurder niet schuldig, maar wel verantwoordelijk is, dient hij die verantwoordelijkheid ook te nemen. Ien Dales heeft ons daarvoor lang geleden het richtsnoer gegeven. De PvdA fractie heeft daarom waardering voor de wijze waarop Gerd Leers uiteindelijk zijn eigen conclusie heeft getrokken.
Die wijze was groots, zeldzaam in de Nederlandse politiek. Gerd Leers heeft daarmee de stad, onze raad, en zichzelf een grandioze eer bewezen en zal blijvend gezien worden als de man die heel veel voor de stad heeft betekend en op een hele sjieke manier afscheid heeft genomen. Daar ben ik hem zeer dankbaar voor.
Voor ons was niet het BING-rapport zelf de aanleiding om het vertrouwen in de burgemeester op te zeggen. Hoewel Gerd Leers in deze kwestie vaak onhandig en onverstandig geopereerd heeft, is ook duidelijk geworden dat hij er – op zijn manier - alles aan heeft gedaan om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden.
Wij vinden dat een stad bestuurd moet kunnen worden door mensen, die ook fouten mogen maken. In dit geval is er sprake van een burgemeester die toegeeft fouten gemaakt te hebben. Maar ook van een burgemeester die de lat op het gebied van bestuurlijke integriteit altijd bijzonder hoog heeft gelegd. Doordat juist deze burgemeester nu zelf fundamenteel en langdurig in opspraak is geraakt en dat zeer waarschijnlijk ook zou blijven, kwam daarmee zijn gezag ter discussie. Dat is een feitelijke constatering en geen politieke opvatting.
Tijdens het raadsdebat heeft de burgemeester op cruciale punten afstand genomen van het BING-rapport. De PvdA heeft daarom – net als de VVD, GroenLinks en de SP – geconcludeerd dat er een onwerkbare situatie zou ontstaan. Met name als de burgemeester in de toekomst anderen op hun integriteit zou moeten aanspreken. Deze zouden dan ook met een onafhankelijk onderzoek hun gedrag kunnen relativeren door te verwijzen naar de opstelling van de gemeenteraad in de kwestie van de burgemeester.
Een burgemeester die geen gezag meer heeft, en dat gezag ook niet meer kan terugverdienen, raakt een stad in zijn bestuurbaarheid. Het doet verschrikkelijk veel pijn om een burgemeester die zo veel voor de stad betekend heeft, te moeten laten gaan. Maar in het belang van Maastricht was er geen andere keuze.
De gemeenteraad van Maastricht heeft volgens de PvdA laten zien op welke wijze wij met bestuurlijke integriteit willen omgaan. Als een bestuurder niet schuldig, maar wel verantwoordelijk is, dient hij die verantwoordelijkheid ook te nemen. Ien Dales heeft ons daarvoor lang geleden het richtsnoer gegeven. De PvdA fractie heeft daarom waardering voor de wijze waarop Gerd Leers uiteindelijk zijn eigen conclusie heeft getrokken.
Die wijze was groots, zeldzaam in de Nederlandse politiek. Gerd Leers heeft daarmee de stad, onze raad, en zichzelf een grandioze eer bewezen en zal blijvend gezien worden als de man die heel veel voor de stad heeft betekend en op een hele sjieke manier afscheid heeft genomen. Daar ben ik hem zeer dankbaar voor.
zondag 20 december 2009
ANWB, KNMI, Rijkswaterstaat en NS leggen eendrachtig het land plat
Er valt een paar centimeter sneeuw in Nederland. Totale chaos breekt uit. Volstrekte paniek. Nationale hysterie. Ik was van plan vanmiddag met de trein naar mijn ouders in Den Haag te gaan. “Negatief reisadvies voor alle treinen” gilt Prorail, alsof Afghanistan mijn reisdoel is. Vervoersbedrijven houden “uit voorzorg” de bussen in de remise. En gans het land knikt zorgelijk en begrijpelijk, want het zijn toch ook “extreem winterse omstandigheden?”, zoals de ANWB juichend op zijn website kopt.
Die ANWB-mentaliteit, dáár moest eens een parlementair onderzoek naar komen. Wat heeft dat niet gekost de afgelopen jaren? Miljarden meer dan de allochtonen, voorspel ik u. Ja, meneer Wilders, het zou u sieren als u daar eens uw tanden in zou zetten. Want het zijn de officiële instanties, ongetwijfeld bevolkt door “laffe, linkse lapzwansen”, die bij het minste of geringste tegenslagje met groot enthousiasme het land platleggen met hun volstrekt overbodige waarschuwingen.
De ANWB-mentaliteit is een uniek Nederlands cultuurverschijnsel. Terwijl de Duitsers, Belgen en Luxemburgers om ons heen zwijgend hun winterbanden onder hun auto’s schroeven, komt Nederland krakend en piepend tot stilstand. Terwijl ik dit stukje tik hoor ik op de radio dat voetbalwedstrijden worden afgelast. Niet omdat het veld onbespeelbaar is, maar omdat het “onverantwoord is om supporters de weg op te sturen.” Ik weet niet wat ik hoor! Hebben we dan geen eigen opvatting meer? Kunnen we zelf niet onze eigen risico’s inschatten? Mogen we zelf niet meer beslissen of we vanmiddag naar Roda-PSV gaan?
12:42 uur. 6 cm sneeuw. Het KNMI geeft een weeralarm. Waarom hebben dit soort organisaties toch zo’n enorme invloed op Nederlanders? Waarom lopen landgenoten telkens als lemmingen de afgrond in, achter de Consumentenbond, KNMI en ANWB aan?
We hebben thuis erg gelachen toen de ANWB het advies over het ‘nieuwe rijden’ introk, nadat die zomer tienduizenden Nederlanders in de Alpen waren gestrand met geëxplodeerde motoren. De ANWB had immers geadviseerd om al bij 50 kilometer per uur naar de 5 over te schakelen. De taferelen in de auto konden we er helemaal bij bedenken: “Jeroen, we komen bijna niet meer vooruit! De caravan is te zwaar! Kijk nou toch, er komt rook uit de motor! Hoor je die kloppende geluiden niet!” “Bemoei je d’r niet mee, trut, de ANWB heeft het toch gezegd? Die mensen weten heus wel waar ze het over hebben!”
13:21 uur. 9 cm sneeuw. Rijkswaterstaat kan niet achterblijven en geeft een verkeersalarm. En niemand, geen van al die 'kritische' journalisten die hijgend achter elke hype aanrennen, vraagt zich af waarom de landen om ons heen gewoon doorfunctioneren. Elkaar en ANWB-bobo's interviewend op de radio, en alle NS- KNMI- en Rijkswaterstaat-woordvoerders serieus knikkend bevestigen in hun gelijk. Nul kritische vragen. Geen reportages uit België, waar de NMBS-site geen storingen meldt en de verkeersdiensten waarschuwen voor gladheid, maar niet meer dan dat. Zó gaat dat parlementair onderzoek er natuurlijk nooit komen.
Nog zoiets. Verdrijvingsvakken. Twee lege rijbanen waarop Rijkswaterstaat, vast en zeker op advies van de ANWB, in the middle of nowhere plotseling een groot vlak met strepen heeft geschilderd. Twintig meter lang, een rijbaan breed. Iedereen rijdt er vanaf nu omheen; ik ook. Na een paar dagen begin ik me te schamen voor mijn eigen blind-volggedrag. Ik laat me toch niet verdrijven door die ANWB-maffia! Heerlijk bevrijd rijd ik voortaan gewoon rechtdoor. Over het verdrijvingsvak. Wie doet met me mee? Blijmoedig burgerlijk ongehoorzaam met z'n allen over het verdijvingsvak rijden, lekker puh! Maar in plaats van navolgers krijg ik opgestoken middelvingers. En auto’s die me gaan scharen en zo weer in de rechterbaan dwingen.
De ANWB-doctrine kent vele soldaten.
Ik begin nu ook te begrijpen waarom Nederland zo massaal, boos en woedend, achter Wilders aan loopt. Met z’n allen één gigantisch verdrijvingsvak schilderend voor al die mensen die zelf willen beslissen of ze vandaag een hoofddoekje dragen, een moskee gaan bouwen, of lekker door de sneeuw willen rijden. Hoewel ik dicht bij de kachel zit, lopen de koude rillingen me over de rug bij die gedachte.
Die ANWB-mentaliteit, dáár moest eens een parlementair onderzoek naar komen. Wat heeft dat niet gekost de afgelopen jaren? Miljarden meer dan de allochtonen, voorspel ik u. Ja, meneer Wilders, het zou u sieren als u daar eens uw tanden in zou zetten. Want het zijn de officiële instanties, ongetwijfeld bevolkt door “laffe, linkse lapzwansen”, die bij het minste of geringste tegenslagje met groot enthousiasme het land platleggen met hun volstrekt overbodige waarschuwingen.
De ANWB-mentaliteit is een uniek Nederlands cultuurverschijnsel. Terwijl de Duitsers, Belgen en Luxemburgers om ons heen zwijgend hun winterbanden onder hun auto’s schroeven, komt Nederland krakend en piepend tot stilstand. Terwijl ik dit stukje tik hoor ik op de radio dat voetbalwedstrijden worden afgelast. Niet omdat het veld onbespeelbaar is, maar omdat het “onverantwoord is om supporters de weg op te sturen.” Ik weet niet wat ik hoor! Hebben we dan geen eigen opvatting meer? Kunnen we zelf niet onze eigen risico’s inschatten? Mogen we zelf niet meer beslissen of we vanmiddag naar Roda-PSV gaan?
12:42 uur. 6 cm sneeuw. Het KNMI geeft een weeralarm. Waarom hebben dit soort organisaties toch zo’n enorme invloed op Nederlanders? Waarom lopen landgenoten telkens als lemmingen de afgrond in, achter de Consumentenbond, KNMI en ANWB aan?
We hebben thuis erg gelachen toen de ANWB het advies over het ‘nieuwe rijden’ introk, nadat die zomer tienduizenden Nederlanders in de Alpen waren gestrand met geëxplodeerde motoren. De ANWB had immers geadviseerd om al bij 50 kilometer per uur naar de 5 over te schakelen. De taferelen in de auto konden we er helemaal bij bedenken: “Jeroen, we komen bijna niet meer vooruit! De caravan is te zwaar! Kijk nou toch, er komt rook uit de motor! Hoor je die kloppende geluiden niet!” “Bemoei je d’r niet mee, trut, de ANWB heeft het toch gezegd? Die mensen weten heus wel waar ze het over hebben!”
13:21 uur. 9 cm sneeuw. Rijkswaterstaat kan niet achterblijven en geeft een verkeersalarm. En niemand, geen van al die 'kritische' journalisten die hijgend achter elke hype aanrennen, vraagt zich af waarom de landen om ons heen gewoon doorfunctioneren. Elkaar en ANWB-bobo's interviewend op de radio, en alle NS- KNMI- en Rijkswaterstaat-woordvoerders serieus knikkend bevestigen in hun gelijk. Nul kritische vragen. Geen reportages uit België, waar de NMBS-site geen storingen meldt en de verkeersdiensten waarschuwen voor gladheid, maar niet meer dan dat. Zó gaat dat parlementair onderzoek er natuurlijk nooit komen.
Nog zoiets. Verdrijvingsvakken. Twee lege rijbanen waarop Rijkswaterstaat, vast en zeker op advies van de ANWB, in the middle of nowhere plotseling een groot vlak met strepen heeft geschilderd. Twintig meter lang, een rijbaan breed. Iedereen rijdt er vanaf nu omheen; ik ook. Na een paar dagen begin ik me te schamen voor mijn eigen blind-volggedrag. Ik laat me toch niet verdrijven door die ANWB-maffia! Heerlijk bevrijd rijd ik voortaan gewoon rechtdoor. Over het verdrijvingsvak. Wie doet met me mee? Blijmoedig burgerlijk ongehoorzaam met z'n allen over het verdijvingsvak rijden, lekker puh! Maar in plaats van navolgers krijg ik opgestoken middelvingers. En auto’s die me gaan scharen en zo weer in de rechterbaan dwingen.
De ANWB-doctrine kent vele soldaten.
Ik begin nu ook te begrijpen waarom Nederland zo massaal, boos en woedend, achter Wilders aan loopt. Met z’n allen één gigantisch verdrijvingsvak schilderend voor al die mensen die zelf willen beslissen of ze vandaag een hoofddoekje dragen, een moskee gaan bouwen, of lekker door de sneeuw willen rijden. Hoewel ik dicht bij de kachel zit, lopen de koude rillingen me over de rug bij die gedachte.
donderdag 10 december 2009
Paranoia, twijfels en vooral veel dorst...

Einde van het jaar – tijd voor bespiegelingen. Zo mooi verwoord door Raymond van het Groenewoud: Wat blijft er dan nog over? Paranoia, twijfels en vooral veel dorst...En ik wil geld, geld om cadeautjes te kunnen kopen, opdat ze van me zouden houden.
Melancholie slaat toe, de verleiding is groot om zware filosofische bespiegelingen te houden. Maar gelukkig houdt het echte leven me met twee voeten op de grond. Dinsdagavond raadscommissie Economisch-Sociale Zaken. Voor de zoveelste keer het winkeltijdenbeleid besproken. Het Maastrichtse model (met 21 koopzondagen) blijft bestaan. De minst slechte keuze voor een stad die er blijkbaar (nog) niet aan toe is om winkeliers de vrijheid te geven om zelf te beslissen wanneer ze hun winkel openen, zonder er 52 koopzondagevenementen van te maken waarbij de stad wordt platgewalst door duizenden kooplustigen. Want dat wil niemand. Ik ook niet: als PvdA'er niet, als binnenstadsbewoner niet. Maar intussen hebben we nog altijd niet de mogelijkheid om op zondag naar een gewone supermarkt te kunnen...voor al die ouders die hun zaterdag zien volgepland met het halen en brengen van voetbalkinderen en nog net de laatste minuut Gamma scoren voor een vergeten gipsplaat. Maastrichtenaren willen op zondag naar de supermarkt (getuige de overvolle Delhaize in Smeermaas die elke zondag wordt platgelopen door Maastrichtenaren), en de supermarkt wil op zondag Maastrichtenaren verwelkomen. Maar de overheid steekt er een stokje voor.
Vanavond uitreiking van de European Excellence Awards voor communicatie in Wenen. Zou een mooie kroon op het werk van mijn team zijn als we er écht één winnen! Maar trots ben ik hoe dan ook, ook als het bij de nominaties blijft.
In Wenen schijnen er trouwens mooie kerstmarkten te zijn. Interessant om ook die te bekijken, in deze tijden van discussie over Winterland. Onlangs was ik bij mijn zwager in Luxemburg, waar ze ook midden in het centrum een kerstmarkt met carroussel hebben - zie de foto. En dat ziet er toch een stuk opener en sfeervoller uit dan het Vrijthof op dit moment. Hoezeer ik Winterland ook een warm hart toedraag, het kan dus echt beter, mooier en meer in harmonie met de omgeving. Als al het stof is neergedaald, moeten we daar volgend jaar echt een paar stappen in zetten.
zondag 15 november 2009
Venetië begraven, Maastricht keert het tij
Uit de New York Times van 14 november j.l.:
Honderden Venetianen hebben zaterdag met gondels en andere boten door het beroemde Canal Grande gevaren om hun stad symbolisch te begraven. Met de actie wilden de inwoners aandacht vragen voor het teruglopen van het aantal inwoners van de stad, die door 18 miljoen toeristen per jaar naar het vasteland zijn verdreven. ,,Venetië is in gevaar'', zei Matteo Secchi, een van de initiatiefnemers van de actie. Volgens Matteo is 21 oktober 2009 een van de meest trieste dagen uit de geschiedenis van de stad. Het inwonertal van Venetie daalde op die dag tot onder de 60.000. In de jaren zestig had Venetië nog 120.000 inwoners.
Dit bericht van afgelopen weekend roept een beeld van herkenning op. 120.000 inwoners? 18 miljoen toeristen per jaar? Waar kennen we die getallen van?
Toch gaat het in Maastricht niet zover komen. Met de 50-dagen-norm die a.s. dinsdag in de APV verankerd wordt, bereikt deze raad een cruciaal keerpunt in het denken over de balans tussen bewoners en bezoekers. Na het toeroepen van een halt aan de ongebreidelde uitbreiding van horeca in het centrum wordt nu ook een halt toegeroepen aan de ongebreidelde verdisneysering van Maastricht.
Het is in beide gevallen de PvdA geweest die het initiatief heeft genomen voor deze cruciale beleidsstukken. Maar het is de grote meerderheid in de gemeenteraad die laat zien dat er breed draagvlak is voor het behoud van leefbaarheid in onze dierbare stad. En voor de bescherming van de goede reputatie van Maastricht, een ijzersterk imago dat de stad enorm veel heeft gebracht, maar de laatste tijd ook kwetsbaar is gebleken. Het is daarom ook goed dat deze APV-wijziging niet alleen evenementdagen telt, maar vooral de reputatiewerking van een evenement laat meewegen.
Of het historische besluiten zijn weten we pas over 25 jaar. Veel hangt af van de handhaving van deze regels. Want de druk zal groot zijn, en soms bijna niet te weerstaan, om toch dat ene evenement of toch die ene leuke horeca-ondernemer ruimte te geven waar het niet meer kan.
Dan komt het er op aan dat er een ferm stadsbestuur staat dat duidelijk maakt dat er ook op andere pleinen ruimte is. Dat er nog genoeg horecapanden leeg staan waar de innovatieve ondernemer zijn gang kan gaan. Een stadsbestuur dat ondernemers vervolgens helpt om te ondernemen, niet alleen maar op regels wijst, maar ook op kansen. Kansen die misschien net twee straten of pleinen verder liggen, maar wel bijdragen aan een gezonde spreiding van overlast en waarborgen voor bewoners van de stad.
Maximaal 50 evenementdagen op een plein. De kritiek is enorm geweest. De 50-dagennorm zou belangrijke evenementen als Kermis, Winterland en Preuvenemint de nek omdraaien. Onzin, we hebben vaak genoeg voorgerekend dat er ook bij een 50-dagennorm plek is voor bijvoorbeeld Winterland op het Vrijthof. Maar wat mij nog het meeste heeft verbaasd is dat de mensen die deze vrees uitten, hun eigen stad blijkbaar niet serieus nemen. Maastricht heeft toch veel meer prachtige pleinen dan alleen het Vrijthof? En zou een evenement kapot gaan als het bijvoorbeeld op de Markt, Plein 1992 of elders georganiseerd zou worden? Ik geloof er niks van.
Waar ik wel in geloof is dat de ongebreidelde groei van dagjesmensen en evenementen de leefbaarheid in de stad enorm onder druk zet. En dat het gebrek aan keuzes – alles moest kunnen – daaraan heeft bijgedragen. Dankzij de 50-dagen-norm wordt het stadsbestuur verplicht te kiezen, te spreiden en te regisseren. Geen keuze tussen OF bewoners OF bezoekers, maar een keuze voor bewoners én bezoekers, en het spreiden van de lasten en de lusten. De keuze voor die balans is de keuze die de PvdA altijd heeft voorgestaan en dinsdag tijdens de raadsvergadering, als die APV wordt vastgesteld, ook met verve zal verdedigen.
Honderden Venetianen hebben zaterdag met gondels en andere boten door het beroemde Canal Grande gevaren om hun stad symbolisch te begraven. Met de actie wilden de inwoners aandacht vragen voor het teruglopen van het aantal inwoners van de stad, die door 18 miljoen toeristen per jaar naar het vasteland zijn verdreven. ,,Venetië is in gevaar'', zei Matteo Secchi, een van de initiatiefnemers van de actie. Volgens Matteo is 21 oktober 2009 een van de meest trieste dagen uit de geschiedenis van de stad. Het inwonertal van Venetie daalde op die dag tot onder de 60.000. In de jaren zestig had Venetië nog 120.000 inwoners.
Dit bericht van afgelopen weekend roept een beeld van herkenning op. 120.000 inwoners? 18 miljoen toeristen per jaar? Waar kennen we die getallen van?
Toch gaat het in Maastricht niet zover komen. Met de 50-dagen-norm die a.s. dinsdag in de APV verankerd wordt, bereikt deze raad een cruciaal keerpunt in het denken over de balans tussen bewoners en bezoekers. Na het toeroepen van een halt aan de ongebreidelde uitbreiding van horeca in het centrum wordt nu ook een halt toegeroepen aan de ongebreidelde verdisneysering van Maastricht.
Het is in beide gevallen de PvdA geweest die het initiatief heeft genomen voor deze cruciale beleidsstukken. Maar het is de grote meerderheid in de gemeenteraad die laat zien dat er breed draagvlak is voor het behoud van leefbaarheid in onze dierbare stad. En voor de bescherming van de goede reputatie van Maastricht, een ijzersterk imago dat de stad enorm veel heeft gebracht, maar de laatste tijd ook kwetsbaar is gebleken. Het is daarom ook goed dat deze APV-wijziging niet alleen evenementdagen telt, maar vooral de reputatiewerking van een evenement laat meewegen.
Of het historische besluiten zijn weten we pas over 25 jaar. Veel hangt af van de handhaving van deze regels. Want de druk zal groot zijn, en soms bijna niet te weerstaan, om toch dat ene evenement of toch die ene leuke horeca-ondernemer ruimte te geven waar het niet meer kan.
Dan komt het er op aan dat er een ferm stadsbestuur staat dat duidelijk maakt dat er ook op andere pleinen ruimte is. Dat er nog genoeg horecapanden leeg staan waar de innovatieve ondernemer zijn gang kan gaan. Een stadsbestuur dat ondernemers vervolgens helpt om te ondernemen, niet alleen maar op regels wijst, maar ook op kansen. Kansen die misschien net twee straten of pleinen verder liggen, maar wel bijdragen aan een gezonde spreiding van overlast en waarborgen voor bewoners van de stad.
Maximaal 50 evenementdagen op een plein. De kritiek is enorm geweest. De 50-dagennorm zou belangrijke evenementen als Kermis, Winterland en Preuvenemint de nek omdraaien. Onzin, we hebben vaak genoeg voorgerekend dat er ook bij een 50-dagennorm plek is voor bijvoorbeeld Winterland op het Vrijthof. Maar wat mij nog het meeste heeft verbaasd is dat de mensen die deze vrees uitten, hun eigen stad blijkbaar niet serieus nemen. Maastricht heeft toch veel meer prachtige pleinen dan alleen het Vrijthof? En zou een evenement kapot gaan als het bijvoorbeeld op de Markt, Plein 1992 of elders georganiseerd zou worden? Ik geloof er niks van.
Waar ik wel in geloof is dat de ongebreidelde groei van dagjesmensen en evenementen de leefbaarheid in de stad enorm onder druk zet. En dat het gebrek aan keuzes – alles moest kunnen – daaraan heeft bijgedragen. Dankzij de 50-dagen-norm wordt het stadsbestuur verplicht te kiezen, te spreiden en te regisseren. Geen keuze tussen OF bewoners OF bezoekers, maar een keuze voor bewoners én bezoekers, en het spreiden van de lasten en de lusten. De keuze voor die balans is de keuze die de PvdA altijd heeft voorgestaan en dinsdag tijdens de raadsvergadering, als die APV wordt vastgesteld, ook met verve zal verdedigen.
zondag 18 oktober 2009
Heeft de PvdA de handwerker beledigd?
Geert Mak onthult dit weekend in NRC een interessante theorie: de PvdA heeft de cultuur van de ‘handwerkers’ dusdanig beledigd dat ze als vanzelf achter Wilders aan gaan lopen. Handwerkers zijn volgens Mak: de verplegers, de mensen in de bouw, maar ook de onderwijzers. Hun autonomie is afgepakt toen de marktwerking zijn intrede deed tijdens de kabinetten Kok. Plots kwamen de duurbetaalde interim managers de scholen binnen, de ziekenhuizen, de energiebedrijven, en niets was meer goed. Iedereen moest worden ‘afgerekend op resultaten’ behalve de interim managers zelf. Met als gevolg dat een dorpsschool wordt ‘afgerekend’ op zijn lage Cito-gemiddelde, en vervolgens ook nog publiekelijk wordt vernederd door de lijsten te publiceren, want o wat zijn we transparant. Terwijl deze school al decennia niets anders doet dan “de boel bij mekaar houden” door Merel en Sharon samen naar de eindstreep te sleuren in plaats van de minder begaafde kinderen naar aparte programma’s te sturen, om zo de school te zuiveren van Citoverlagende elementen.
De gesel van de outputmeting maakt meer kapot dan ons lief is. Daar heeft Mak een heel groot punt. In ons onderwijssysteem wordt een potentieel briljant stukadoortje (met lage Citoscores) eerst 12 jaar vernederd voordat hij aan zijn passie toekomt. Als hij er überhaupt nog aan toekomt en inmiddels niet gedeprimeerd en beroofd van zijn eigenwaarde door ons onderwijssysteem halverwege is weggelopen, voorzien van de barcode ‘vroegtijdig schoolverlater’. Wacht maar tot hij stemrecht heeft.
Het feit dat de cultuur van deze werkende klasse wordt verdrongen door marktwerking en interim managers leidt tot – dat is de theorie van Mak – schoppen. Moslims die we hun cultuur afpakken worden gevoelig voor extremisme, handwerkers kiezen voor Wilders – even geschematiseerd. De verhoging van de AOW-leeftijd zou het laatste duwtje zijn om de handwerker definitief uit de PvdA te jagen.
Wat in aanzet een interessant betoog is, verliest hier zijn proportie. De AOW hervorming heeft maar 1 oorzaak en dat is: het geld is op en de mensen worden te oud (= gebruiken te lang AOW). Dat heeft niets met een cultuurclash te maken. Wat wel zo is, is dat noodzakelijke ingrepen in ons maatschappelijk bestel, niet helder zijn uitgelegd en, inderdaad, vaak ook zijn doorgeschoten. Een vriendin van me zei het vorige week treffend: “Ik moet onder het mom van participatie uitleggen dat de billen van de oudjes voortaan gewassen worden door de 73-jarige voorzitter van de buurtvereniging. In plaats van een van overheidswege aangestelde, professionele, toegewijde thuishulp. Dat is toch walgelijk.”
Dat is ook walgelijk. Daarom is het ook van groot belang dat de PvdA dit onderwerp weer naar zich toe trekt. Nutsvoorzieningen horen niet thuis in de markt, maar bij de overheid. Onderwijs, energie, zorg, openbare werken worden niet beter van marktwerking. Zelfs niet eens goedkoper. Maar we kunnen daar best wat marktprincipes gebruiken. Meer flexibiliteit in beloning en arbeidsvoorwaarden bijvoorbeeld leiden absoluut tot meer kwaliteit en output, en óók tot een mensvriendelijker personeelsbeleid. Dat is mijn persoonlijke ervaring na 6 jaar ambtenaarschap en 9 jaar bedrijfsleven.
In Maastricht geeft de PvdA al drie jaar invulling aan de ‘ontmarkting’ van de zorg. Onze wethouder Jacques Costongs heeft een WMO-model (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) ingevoerd dat alom wordt geprezen. En ja, dan komt altijd weer de betaalbaarheid onder druk te staan en dus moet dezelfde wethouder op zoek naar bezuinigingen zonder de Maastrichtse menselijke maat aan te tasten. Dat zijn de vaak zware klussen waar een bestuurspartij voor staat.
De gesel van de outputmeting maakt meer kapot dan ons lief is. Daar heeft Mak een heel groot punt. In ons onderwijssysteem wordt een potentieel briljant stukadoortje (met lage Citoscores) eerst 12 jaar vernederd voordat hij aan zijn passie toekomt. Als hij er überhaupt nog aan toekomt en inmiddels niet gedeprimeerd en beroofd van zijn eigenwaarde door ons onderwijssysteem halverwege is weggelopen, voorzien van de barcode ‘vroegtijdig schoolverlater’. Wacht maar tot hij stemrecht heeft.
Het feit dat de cultuur van deze werkende klasse wordt verdrongen door marktwerking en interim managers leidt tot – dat is de theorie van Mak – schoppen. Moslims die we hun cultuur afpakken worden gevoelig voor extremisme, handwerkers kiezen voor Wilders – even geschematiseerd. De verhoging van de AOW-leeftijd zou het laatste duwtje zijn om de handwerker definitief uit de PvdA te jagen.
Wat in aanzet een interessant betoog is, verliest hier zijn proportie. De AOW hervorming heeft maar 1 oorzaak en dat is: het geld is op en de mensen worden te oud (= gebruiken te lang AOW). Dat heeft niets met een cultuurclash te maken. Wat wel zo is, is dat noodzakelijke ingrepen in ons maatschappelijk bestel, niet helder zijn uitgelegd en, inderdaad, vaak ook zijn doorgeschoten. Een vriendin van me zei het vorige week treffend: “Ik moet onder het mom van participatie uitleggen dat de billen van de oudjes voortaan gewassen worden door de 73-jarige voorzitter van de buurtvereniging. In plaats van een van overheidswege aangestelde, professionele, toegewijde thuishulp. Dat is toch walgelijk.”
Dat is ook walgelijk. Daarom is het ook van groot belang dat de PvdA dit onderwerp weer naar zich toe trekt. Nutsvoorzieningen horen niet thuis in de markt, maar bij de overheid. Onderwijs, energie, zorg, openbare werken worden niet beter van marktwerking. Zelfs niet eens goedkoper. Maar we kunnen daar best wat marktprincipes gebruiken. Meer flexibiliteit in beloning en arbeidsvoorwaarden bijvoorbeeld leiden absoluut tot meer kwaliteit en output, en óók tot een mensvriendelijker personeelsbeleid. Dat is mijn persoonlijke ervaring na 6 jaar ambtenaarschap en 9 jaar bedrijfsleven.
In Maastricht geeft de PvdA al drie jaar invulling aan de ‘ontmarkting’ van de zorg. Onze wethouder Jacques Costongs heeft een WMO-model (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) ingevoerd dat alom wordt geprezen. En ja, dan komt altijd weer de betaalbaarheid onder druk te staan en dus moet dezelfde wethouder op zoek naar bezuinigingen zonder de Maastrichtse menselijke maat aan te tasten. Dat zijn de vaak zware klussen waar een bestuurspartij voor staat.
maandag 12 oktober 2009
PvdA = D66 + solidariteit
Ho, ho, ho, dit is geen officieel partijstandpunt. Maar mijn persoonlijke motivatie om over te stappen van D66 naar de PvdA.
Vrijdagavond sprak ik in buurtcafé de P. met iemand die bij de vorige raadsverkiezingen op mij gestemd had. Nu vond hij dat heel moeilijk, want in de tussentijd is hij overgestapt naar D66. En om dan voor de gemeenteraad toch weer op de PvdA te stemmen?
Ook ik was ooit D66’er. Vooral vanwege de progressief-liberale sociaal-economische agenda en bestuurlijke vernieuwing. Tragisch dat juist die twee principes in het kabinet-Balkenende waar D66 aan mee deed verkwanseld werden. Nu heb ik opnieuw sympathie voor D66: Alexander Pechtold doet het goed, de partij straalt geen chagrijn, maar vrolijkheid en optimisme uit, en het valt met kracht Wilders aan.
Maar terugkeren? No way. Solidariteit hoort de basis te zijn onder alles, en daarin onderscheidt de PvdA zich wezenlijk van D66. Ik moest daar misschien ook even wat ouder voor worden om dat te zien. Juist in een wereld waar individualisme hoogtij viert, waar mensen eerst voor zichzelf en dan pas voor anderen gaan, waar het gemeenschapsgevoel virtueel wordt, waar de firma Haat & Nijd regeert - in zo’n wereld heeft de overheid, en dus de politiek, de plicht om bruggen te slaan, de plicht om welvaart eerlijk te delen, de plicht om ervoor te zorgen dat iedereen onderwijs krijgt, dat iedereen de kans heeft om te werken – kortom, de plicht om solidariteit als vertrekpunt te nemen voor welke economische ontwikkeling ook.
Obama weet het, Job Cohen weet het: eerst de boel bij mekaar houden, en dan groeien. Zonder solidariteit, zonder maatschappelijk fundament steunt een ogenschijnlijk economisch succes op drijfzand.
Het verwijt dat je de PvdA terecht kunt maken, is dat ze dat essentiële onderscheid niet altijd even helder weet te maken. Daarom, beste mede-sociaaldemocraten, allemaal de leuze in ons hoofd prenten: PvdA = D66 + solidariteit.
Maar solidariteit kost natuurlijk wel geld. Geld dat verdiend moet worden. En daarom voor de wiskundeliefhebbers nog een politieke rebus:
PvdA = SP + economie
En tot slot voor Jacques Monasch en Lilianne Ploumen: laten we in in ieder geval ophouden met Wilders te imiteren, want....
PvdA is in alles NIET PVV
Vrijdagavond sprak ik in buurtcafé de P. met iemand die bij de vorige raadsverkiezingen op mij gestemd had. Nu vond hij dat heel moeilijk, want in de tussentijd is hij overgestapt naar D66. En om dan voor de gemeenteraad toch weer op de PvdA te stemmen?
Ook ik was ooit D66’er. Vooral vanwege de progressief-liberale sociaal-economische agenda en bestuurlijke vernieuwing. Tragisch dat juist die twee principes in het kabinet-Balkenende waar D66 aan mee deed verkwanseld werden. Nu heb ik opnieuw sympathie voor D66: Alexander Pechtold doet het goed, de partij straalt geen chagrijn, maar vrolijkheid en optimisme uit, en het valt met kracht Wilders aan.
Maar terugkeren? No way. Solidariteit hoort de basis te zijn onder alles, en daarin onderscheidt de PvdA zich wezenlijk van D66. Ik moest daar misschien ook even wat ouder voor worden om dat te zien. Juist in een wereld waar individualisme hoogtij viert, waar mensen eerst voor zichzelf en dan pas voor anderen gaan, waar het gemeenschapsgevoel virtueel wordt, waar de firma Haat & Nijd regeert - in zo’n wereld heeft de overheid, en dus de politiek, de plicht om bruggen te slaan, de plicht om welvaart eerlijk te delen, de plicht om ervoor te zorgen dat iedereen onderwijs krijgt, dat iedereen de kans heeft om te werken – kortom, de plicht om solidariteit als vertrekpunt te nemen voor welke economische ontwikkeling ook.
Obama weet het, Job Cohen weet het: eerst de boel bij mekaar houden, en dan groeien. Zonder solidariteit, zonder maatschappelijk fundament steunt een ogenschijnlijk economisch succes op drijfzand.
Het verwijt dat je de PvdA terecht kunt maken, is dat ze dat essentiële onderscheid niet altijd even helder weet te maken. Daarom, beste mede-sociaaldemocraten, allemaal de leuze in ons hoofd prenten: PvdA = D66 + solidariteit.
Maar solidariteit kost natuurlijk wel geld. Geld dat verdiend moet worden. En daarom voor de wiskundeliefhebbers nog een politieke rebus:
PvdA = SP + economie
En tot slot voor Jacques Monasch en Lilianne Ploumen: laten we in in ieder geval ophouden met Wilders te imiteren, want....
PvdA is in alles NIET PVV
Abonneren op:
Posts (Atom)